Totaal aantal pageviews

zondag 24 juli 2011

reactie

Het lukt me sinds ik hier weer ben gaan schrijven niet om reacties te plaatsen,dus blogvriendinnen, ik lees jullie wel en het is geen gebrek aan interesse. Het lukt zelfs niet onder mijn eigen blogjes, dus daarom maar even een reactie hier. Ik heb mijn blog over zinloos geweld uitgeprint,met jullie mooie reacties erbij, en in een envelop gedaan met een leuk kaartje erbij en vandaag op de post gedaan. Ik denk dat mijn zoon daar blij mee zal zijn. Ik ben natuurlijk ook trots op hem, maar ook bezorgd om zijn veiligheid. Dat heb ik hem toen ook gezegd:'Ik wou dat je het niet gedaan had, maar ik ben wel trots op je'. Over dubbele boodschappen gesproken!

donderdag 21 juli 2011

Zinloos geweld

Een paar dagen geleden kwam mijn jongste zoon bij ons eten. Zijn gezicht zag er gehavend uit. 'Wat is er gebeurd' riep ik. 'Ach, ik ben in elkaar geslagen'. Het hele verhaal kwam eruit. Hij was s'avonds laat, na zijn schrijversschool, op weg naar huis. Bij de pont stond een groepje dronken jongens lege bierflesjes naar de pont te gooien die aan kwam varen. Toen de pont dichterbij kwam mikte ze op de passagiers. De flesjes spatten tussen hen in scherven. Mijn zoon zette zijn fiets neer,liep op de jongens af en sprak ze aan op hun gedrag. Ze waren blij met een nieuw slachtoffer en begonnen hem in elkaar te slaan. Mijn zoon, geen vechter en nooit geweest, moest al snel het onderspit delven, viel op de grond en werd nog een paar keer flink getrapt. Het bloed stroomde uit zijn mond en uit zijn neus. Niemand kwam te hulp, maar wel werd met mobieltjes driftig de politie gebeld en gefotografeerd. De politie was er heel snel en de jongens werden opgepakt. Mijn zoon is naar huis gegaan en heeft de volgende dag aangifte gedaan. Toen ik het verhaal hoorde werd ik woedend op dat tuig. Ik was in staat ze met een honkbalknuppel in elkaar te gaan slaan. Geen erg hoogstaande reactie natuurlijk. Ook op mijn zoon was ik boos. Ik heb hem vanaf het moment dat hij s'avonds alleen de stad inging gezegd dat als er ergens rottigheid is hij er met een grote boog omheen moet lopen en zich er niet mee moet bemoeien. (Ook al geen erg hoogstaand principe, ik weet het). Nu blijkt dat het zijn gewoonte is om zich er wel mee te bemoeien en te proberen de gemoederen tot bedaren te brengen, en soms lukt dat ook zegt hij. In ieder geval is hij nog nooit in elkaar geslagen. Hij was er wel door aangeslagen. Bij de dokter bleek dat zijn neus niet gebroken was maar gekneusd, verder een blauw oog, een beschadigde bril en zere ribben en blauwe plekken. Hij zegt dat als hij weer eens een keer in een situatie komt dat er rottigheid wordt uitgehaald, hij zich er weer mee zal bemoeien, want daartoe voelt hij zich moreel verplicht. Ik wou dat hij er niet zulke moreel hoogstaande principes op na hield.

donderdag 7 juli 2011

De vier elementen, aarde

Aarde De aarde is onze moeder, ze voedt ons, ze is ons thuis. Aarde geeft vorm aan de materie. Ze is de bodem onder ons bestaan. Het buitenste, vruchtbare laagje is maar dun, als wij dat en onszelf uitputten en vernietigen, bestaat de aarde gewoon verder, zonder ons en alles wat er verder op haar oppervlakte krioelt. Meditatie Ik ben de aarde. Onverstoorbaar draai ik, beschenen door de zon en de maan, mijn rondjes door het heelal. Ik weet niet van mijn bestaan of het bestaan om mij heen. Mijn kokende kern is de kern van mijn bestaan. Op mijn oppervlakte speelt zich een onbetekenend proces af van geboorte en dood, van aantrekkingskracht en afstoting. Alles wat ontspruit uit mijn oppervlakte zal daar naar verloop van tijd in wederkeren. Ik ben de voedingsbodem, maar dat wat leven wordt genoemd is niet de reden van mijn bestaan. ik was er toen er nog geen leven bestond en zal er zijn als al het leven is uitgeblust.

zondag 3 juli 2011

De vier elementen, Lucht.

Lucht. Lucht is het meest ongrijpbare element. Het laat zich niet vastpakken. Het staat dan ook voor vrijheid en ongebondenheid. Lucht is de drager van geluid, beeld en geur. Daardoor communiceren wij, lucht verbindt ons. Lucht geeft het leven kleur en geur. Het is onze adem, het is het element waar we het kortst zonder kunnen. Het zorgt voor opluchting. Lucht reikt tot in de hemel en verleidt onze gedachten naar omhoog en maakt onze gedachten en dromen los van de aarde. Lucht is het meest goddelijke element. Niet voor niets beginnen alle meditaties met diep in en uit te ademen. Luchtmeditatie Ik zit op een klif en kijk uit over de zee. Een straffe zomerwind strijkt langs mijn gezicht. Ik ruik de lichte zoute geur van de zee, een beetje vissig ook en zeewier. Op het strand onder mij proberen een vader en zijn zoontje een vlieger op te laten. Onder het slagen van vreugdekreten lukt het uiteindelijk. De wind krijgt het lichte materiaal van de vlieger te pakken en sleurt het ineens met een flinke vaart naar boven. Ik ben de vlieger, houdt mijn adem in het is alsof ik in een achtbaan zit, soms trekt de wind zich even terug en lijk ik te vallen, maar dan wordt ik weer met een schok opgevangen. Dan sta ik stil aan het strakgespannen koord. De lucht vlaagt en plaagt om mij heen en trekt zich dan van mij terug. Nu val ik en val ik en val ik, weer wordt me de adem ontnomen. Ik wil gillen, maar er komt geen geluid. Met een klap kom ik op het natte zand terecht. Aan alle kanten bezeerd sta ik op en verlaat deze plek. Lucht kan ook onbetrouwbaar en gevaarlijk zijn, niet alleen bij storm, orkaan, wervelwind en windhoos. Ook in de zin van je mee laten slepen door ideeën, idealisme en illusies. Daardoor kan je dan wel eens hard ten val komen.

dinsdag 28 juni 2011

De vier elementen. Vuur

Vuur Vuur is voor mij het krachtigste element, maar ook het element waar ik het meest voorzichtig mee om ga. Het vernietigende aspect van vuur, positief gelabeld het transformerende, maakt mij terughoudend. Een ander aspect wat algemeen wordt toegeschreven aan vuur is inspiratie, de goddelijke vonk die dingen in beweging zet, laat ontstaan. Ik heb moeite om dit zo te voelen. Inspiratie voor bijvoorbeeld kunstuitingen komt volgens mij vaak voort uit de emoties en dus vanuit water. Wetenschappelijke inspiratie komt, weer volgens mij, misschien wel voort uit de ether. Dit voorzover de algemene beschouwing, laten we kijken wat er gebeurde tijdens de meditatie. Ik ben een man, waarschijnlijk in de steentijd. Ik draag een dierenvel en heb een knuppel in mijn hand. Achter mij lopen nog een groepje mensen. Ik loop door een moerasgebied met manshoog opgeschoten riet en hier en daar een struikenbosje. ik ken de weg en weet waar ik moet gaan om niet weg te zakken in de drassige grond. We lopen in een smal lint achter elkaar. Het is heet, heel heet en heel vochtig. De zon heeft zich verscholen achter een donker wolkendek. Zwermen muggen vallen me aan en steken me waar ze maar kunnen. Ik schenk daar niet veel aandacht aan, als ze erg lastig worden veeg ik ze met mijn arm weg bij mijn gezicht. Al een tijdje hoor ik gerommel in de verte en af en toe zie ik een lichtflits langs de hemel schieten. Het is nog dagen lopen voor we onze bestemming bereikt hebben, het zomerkamp bij de heilige steencirkel, waar we zeker aankomen voor de ceremonie van de langste dag. Ondertussen spied ik het landschap af om een plek te vinden waar ik en mijn familie beschutting kan vinden voordat de elementen losbarste. Ik zie een kleine verhoging in het landschap, dat ik herken. De grote dicht op elkaar staande bomen zullen ons een tijd droog houden en ons beschutten tegen de wind. Er staat een oude heilige boom, een eik, opgedragen aan Wodan de dondergod. Even voel ik me aarzelen, is dat wel een goede plek om te schuilen? Maar er is geen andere mogelijkheid en om het noodweer in het open veld te trotseren zou vooral voor de kleintjes beangstigend zijn. Dus verander ik resoluut, met versnelde pas, onze richting en hoop zo nog op tijd bij het bosje aan te komen. Net voor we daar aankomen breken de wolken open en stort het water over ons hoofd uit. De donderslagen knallen door de lucht en bliksemschichten volgen elkaar met grote snelheid op. Opgewonden roepend, rennend en struikelend bereiken we het iets hoger gelegen bosje. Voorlopig staan we droog. Vol ontzag kijk ik naar het hemelgeweld en zend een gebed naar de hemelgoden om ons niet te vernietigen. Dan schrikken we op van een oorverdovende knal, meteen gevolgd door een vuurflits die sissend neerdaalt in de Wodans eik, gillend deinsen we verder achteruit. Ik ben vuur. Ik ben het vuur dat zich opbolt in de hemelen en zich ontlaad in vurige tongen die zich naar beneden snellen om te zoeken naar een punt om tot rust te komen in de aarde. Niets kan mij tegenhouden op die weg. Ik verzeng en verschroei datgene wat mij ervan weerhoud mijn doel te bereiken. Ik schroei langs de boom en schiet in de aarde. Ik ben de vonk die achterblijft, gevallen op de droge dorre bladeren rondom de boom. Het lijkt wel of het blad onder mij wegsmelt, ik word geboren als vlammetje. Verbaasd ervaar ik mijn nieuwe hoedanigheid. Ik dans vrolijk rond en wordt groter en groter. Uitbundig grijp ik om me heen, op zoek naar steeds nieuwe, steeds meer, dorre bladeren en dode struiken die mij voeden en waar ik nooit genoeg van schijn te hebben. Ik rijk naar de hoge takken, en wordt meegezogen in mijn eigen verlangen en passie. Ik zing en loei en kleur en verzeng. Ik krijg er niet genoeg van, soms zak ik even in, vind weer iets nieuws, bloei hoog op, tot ik diep teleurgesteld aan de rand van het vochtige moeras terecht kom en niet verder kan. De verschroeide aarde achter en naast mij, het water voor mij. Vermoeid dooft met een laatste opleving, uiteindelijk ook mijn laatste vlammetje uit.

vrijdag 24 juni 2011

De vier elementen, water

Water. In voorgaande jaren heb ik intensieve water meditaties gedaan. Een van die keren was ik echt water, ik ervaarde letterlijk hoe het is om als water je weg te zoeken tussen het zand en de aarde korrels en overal tussen en in te dringen, ijverig, altijd bezig en in beweging. Ik ervaarde dat de structuur van wat wij als gesloten, vast, beschouwen, dat niet is, alles bestaat uit min of meer losse moleculen waartussen ruimte is en die na verloop van tijd uit elkaar vallen.Water versneld dat proces, wringt de materie apart. Bij andere meditaties begaf ik mijzelf in een meer en onder het water en verstrikt in de waterplanten. Ik beleefde een soort benauwde, angstige, wedergeboorte. Deze keer zat ik op mijn balkon toen een hevige regenbui losbarstte en luidt neerkletterde op de in vol blad staande grote bomen in de binnentuin. Een paar donderslagen verhoogde het intense effect. Ik begon te mediteren en werd de zware grijze regenwolk waarin ik naar onderen zakte.Ik probeerde me er zolang mogelijk aan vast te klampen maar op een gegeven moment viel ik naar beneden. Afgescheiden van alle andere druppels. Ik kwam neer op de bladeren, drupte er vanaf en zonk in de droge grond. Daar werd ik al snel opgezogen door de wortels en belandde in een stelsel van gangetjes met steeds fijnere vertakkingen, om in een blad te eindigen, dat zich opvulde, oprichtte en versterkte. Water is een levensbehoefte.Na de bui brak de zon weer door, een frisgewassen wereld achter latend, zelfs de lucht rook schoon en fris. Water wast schoon.

woensdag 22 juni 2011

De langste dag

Vandaag denk ik aan mijn grootmoeder.Zij is in 1888 op de langste dag geboren. Zij kreeg twaalf kinderen, waarvan de eerste en de laatste jong stierven. Zij maakte twee wereldoorlogen mee. Zij groeide op in Vinkeveen, een dorpje midddenin wat nu 'het groene hart' heet.Als kind woonde ik dicht bij het boerderijtje van mijn opa en oma en liep geregeld even aan. Ik werd stevast door haar begroet met de woorden: 'Zo kind,ben je daar?' s'Middags deed ze altijd een dutje in de bedstee. Ik zie haar nog voor me als ze dan opstond. Haar lange, nooitgeknipte haar dat ze normaal in een knotje had opgestoken hing dan in een lange streng omlaag en ze had een rose gebreide borstrok aan. Als ik weer weg ging kreeg ik een balletje (snoepje). Ze was altijd vriendelijk, ik heb haar nooit boos gezien. Als kind moest zij na school sokken breien voor in het winkeltje van haar moeder. Als ze een bol wol had opgebreid kwam ze bij de halve cent,die ze dan mocht hebben. Ik vond breien heel leuk, maar mocht dat niet op zondag, want breien was werk. Een van de weinige dingen waar mijn moeder aan vast hield wat betreft de zondagsrust. Waarschijnlijk heeft ze dat heel sterk meegekregen van mijn grootmoeder, voor wie al dat breien wel echt werk was. Mijn moeder vertelde me dat ze zondags in de namiddag, als het begon te schemeren en de lamp nog niet aan mocht, met de kinderen psalmen ging zingen. Dat deed mijn oma ook als haar baby's s'nachts huilden. Ze liep dan psalmen zingend door het huis met de baby op de arm. Twee van haar zoons emigreerde naar Canada en heeft ze nooit meer teruggezien. Ze heeft geen gemakkelijk leven gehad, maar leek heel tevreden. Ik hoop dat ik wat op haar lijk, maar betwijfel het.